Tekst

In dit blok wordt uitgelegd waar alle intervallen zich op de hals bevinden.

Er wordt wederom gewerkt met een schema, maar dit is niet hetzelfde schema als voor de noten op de hals. Dit schema is te zien als een sticker.

De informatie is uit dit blok is toe te passen op zowel de sopraan-, concert-, tenor- en baritonukulele en banjolele. De basukelele kan de informatie van de (bas)gitaar overnemen. Bij Extra informatie vind je tips hoe je de intervallen snel in kunt studeren. 

De intervallen worden weergegeven als cijfers. We starten met de zogenoemde ‘stamcijfers’.

  7    2   3 4  
  5    6   7  
  2    3 4   5    6
    1      

Dit schema is een sticker en kan op de hele ukulelehals geplaatst worden. De is namelijk de grondtoon van een akkoord of toonladder. De in dit schema is dus niet per se de noot a.
Voorbeeld: Wanneer je een akkoord of toonladder speelt met als grondtoon een g, dan plaats je bovenstaande sticker zo dat de op de noot valt. Is de grondtoon een c#, dan plaats je de sticker zo dat de op de noot c# valt.

Net als noten kunnen ook intervallen een halve toon verhoogd of verlaagd worden. Dit werkt met hetzelfde systeem; wanneer een interval een halve toon verlaagd wordt, krijgt dit interval een molteken (b) voor het getal.
Voorbeeld: De wordt een halve toon verlaagd. Dit interval wordt geschreven als b5.

b7 7  1 b2  2 b3 3  4 b5
 4 b5  5 b6  6 b7 7  1 b2
 b2 2 b3 3 4  b5 5  b6 6
 b6 6     b7 7    1    b2 2     b3


Wanneer een interval een halve toon verhoogd wordt, krijgt dit interval een kruisteken (#) voor het getal.
Voorbeeld: De wordt een halve toon verhoogd. Dit interval wordt geschreven als #5 

#6 7  1 #1  2 #2 3  4 #4
 4 #4  5 #5  6 #6 7  1 #1
 #1 2 #2 3 4 #4 5  #5 6
 #5 6    #6 7    1    #1   2     #2

Zoals te zien is in de vorige schema’s komt ieder interval op meerdere plekken voor. Echter klinkt een interval niet op iedere plaats in het schema gelijk.
Voorbeeld: In bovenstaand schema zie je drie keer het interval 1. Dit interval klinkt op de bovenste twee snaren hoger dan op de laagste snaar; het interval is geoctaveerd.

Omdat intervallen in het schema geoctaveerd worden betekent dat dat, wanneer je op het octaaf bent van een interval, de reeks eigenlijk opnieuw begint.
Voorbeeld: In onderstaand schema zie je twee dik-gedrukte serie cijfers, de een in oranje, de ander in blauw . De intervallen zijn beide keren hetzelfde. De intervallen in het blauw op de twee bovenste snaren zijn een octaaf hoger ten opzichte van de intervallen in het oranje op de twee onderste snaren. De reeks start dus opnieuw.

  7  1    2   3  4  
 4    5    6   7  1  
  2    3 4   5    6
    1      


Het interval kan ook op de tweede snaar voorkomen. Hierdoor ontstaan er intervallen ten opzichte van de op de snaar eronder.

       6     7 1    
    3   5  
    1    
  3 4   5   6   7